vrijdag 28 juli 2017

Je broer

Soms is kind zijn in een groot gezin gewoonweg verwarrend.

Ze zitten aan tafel en zingen en neurien rustig mee met "kind van de duivel"
Ja u hoort het goed. Omdat wij niet geloven dat de kinderen recht in hun ongeluk lopen door een liedjestekst laten wij dat toe. Tot nu toe zijn er nog nergens horens uitgegroeid en de kamers zijn nog niet getransformeerd tot drugsholen.

Maar bon, ze zitten dus te zingen.

Plots vraagt er iemand, "wie zingt dat"

"Je broer" antwoorden de man en in in koor

Even heerst er stilte. En dan vraagt er iemand verwart "dewelke???"

zondag 7 mei 2017

Hou van jou 💝

Als ik zeg "kiekeboe"
Zegt zij "kippesoep"
Als ik zeg "ti amo"
Zegt zij "piano"
Als ik het het heb over een "washandje"
Heeft zij het over een "aswan"
Als ik zeg "neen"
Zegt zij "ja"
En als ik boos word
Zegt zij "mama?... hou van jou"

woensdag 2 november 2016

maandag 10 oktober 2016

De schaamte voorbij

De bedelende vluchteling zit aan de ingang van de winkel.
Of de uitgang,  het is maar hoe je het bekijkt.

Ik rij de winkel uit. Hij vangt mijn blik met zijn smekende ogen. Ik draai vlug het hoofd. Doe alsof ik hem niet zie.

Familie marginal die op dat moment de winkel binnengaat ziet hem allesinds wel.
"goa gaan wèrke leegzak" hoor ik haar roepen.
"watte???" antwoordt een van de andere
"dattem moe goan wèrke de lamzak"
"jaaa" ze staan in een halve kring om hen heen en lachen hem luidop uit. Om zeker te zijn dat hij weet dat het over hem gaat wijzen ze hem aan. Om het theatrale helemaal heel te maken houdt een van hen zijn buik vast van het lachen.

Er loopt een traan langs de wang van de vreemdeling. Tot groot jollijt van zijn publiek.

Ik haast me naar mijn wagen en laad mijn boodschappen in.  Ik schaam me. Om mijn eigen gedrag, om hun gedrag. 
ik vraag mij af of ik het goed kan maken door een euro in zijn potje te werken. Of ik mijn schaamte zo zou kunnen afkopen.

Als ik terug bij de ingang kom is de bedelende vluchteling echter weg. Op zijn plaats staat een politiecombi.

De volgende winkelaars zullen allesinds niet meer geconfronteerd worden met hun eigen schaamte.

Dat werd weer netjes opgelost.

vrijdag 30 september 2016

Hij lust geen koffie

De dokter komt
Zoon-nummer-2 en 3 krijgen antibiotica voor geschreven.
De dokter lacht en zegt dag de zonen zeggen dag terug en zwaaien. De deur gaat toe.

Zoon-nummer -2 is overstuur.
"ik lust geen koffie" zegt hij plots
"euh jij hoeft ook helemaal geen koffie" zeg ik
"jawel!  En ik lust het niet!"

"maar neen jij hoeft geen koffie"

"IK LUST GEEN KOFFIE!!!"
We gaan in overdrive

"IK LUST GEEN KOFFIE!!!  IK! LUST! GEEN! KOFFIE! EN! OOK! GEEN! LEPELS!"

Ah!

"koffielepel dat zijn de kleine lepeltjes."
Maar hij is zo overstuur dat ik hem mee naar de keuken moet slepen

Daar leg ik hem uit dat.we zijn medicatie in de koffielepel of, zoals wij het noemen, kleine lepel gieten en hij dan zo de medicatie inneemt.

Dat de dokter heus niet bedoelde dat hij koffie en lepels moet innemen.

Hij kalmeert.

Of hij écht geen koffie moet nemen en ook geen lepels?

Écht niet.

Alles wordt weer rustig.

donderdag 29 september 2016

Spoed

Dat Little-Miss-M gevallen is.
Dat ze niet goed weten hoe.
Dat ze flink bloed en misschien best naar de dokter gaat.
Dat onze dokter niet opneemt.
Dat we naar de spoed gaan.

Van de man rechts van mij vermoed ik eerst dat hij Pools is of zo. Als ik beter luister blijkt hij westvlaams te praten.  Ik versta er nog altijd evenveel van.

Achter mij zit een echte oostblokker.  De stoere bouwvakker gebruikt het weinige Vlaams dat hij kan om al na 2 minuten te rellen over het feit dat hij moet wachten. GOTFERDOEM!
Een beetje later steekt hij stiekem zijn vinger in zijn keel.
Hij moet toch blijven wachten.

Wij raken door de eerste triage en verhuizen naar de gang. Waar we verder mogen wachten.  Dit keer zonder speelgoed ter onze beschikking.

Er komt nog eens iemand kijken.
Die zegt het zelfde als de eerste. Dat het gehecht moet worden. En dat we moeten wachten.

Een andere oostblokker komt met de ziekenwagen binnen en mag naast ons in de gang zitten. De man heeft zijn vrachtwagen op zijn zijde geparkeerd op een rondpunt en is nogal overstuur en vooral bang zijn job te verliezen.

Er komt nog iemand naar haar wonde kijken. We krijgen te horen dat het gehecht moet worden. En dat we moeten wachten.

De kantelende vrachtwagenchauffeur wordt naar een box verhuist.

We krijgen een bed naast ons. Eerst zien we alleen 2 lijkbleke ongelooflijk dunne benen. Als het bed verder gereden wordt zien we dat de eigenaar van de benen zijn, of haar, hoofd verstopt heeft in verschillende pulls. Het hand dat bij het lichaam hoor plukt onophoudelijk aan een wikkel, die steeds langer wordt. Ik denk aan een mummie die zichzelf uitpakt.
Uit het verhaal van de begeleider kan ik opmaken dat de problemen zich voornamelijk IN het verpakte hoofd voordoen.

Little-Miss-M is het beu en wilt naar huis. Ze huilt dat de dokter haar vergeten is.
Er komt nog eens iemand kijken.  Hij vertelt niets nieuws. En dat we mogen wachten.

Iemand is op zoek naar iemand anders waarvan niemand lijkt te weten waar die  is. Ze zoeken met zijn allen.

De vrachtwagenchauffeur krijgt iets kalmerends hoor ik iemand zeggen.

We mogen meegaan.  Maar we moeten nog even wachten.
Na een kleine discussie onderling besluiten ze toch haar met gas te verdoven. Ze krijgt drie draadjes in haar kin. Ze gichelt een beetje.
Ze mag een kadootje kiezen want ze was flink. Mama krijgt alleen nog verzorgingstips.
We mogen gaan
Maar eerst moeten we nog wachten.
Op een papiertje.
Als we de gang terug opstappen is er van de onstabiele chauffeur,  de wouwelende westvlaming en de hoofdloze mummie geen spoor meer.

De rellende oostblokker zit lachend in een box,  van zijn misselijkheid is er geen spoor meer.

In de wachtzaal zitten nu mensen wiens verhaal we niet kennen.

We staan terug buiten

maandag 22 augustus 2016

Was weer kamp

Elk jaar na het beëindigen van het kamp vraag ik zoon-nummer-1 waarom hij geen vuile kleding heeft.
Elk jaar weer antwoordt hij met een schouderophaling.
Dit jaar, tot mijn grote verbazing,  had hij zowaar een zakje vuile was.
Een klein zakje weliswaar.
Een miniem zakje.

"je hebt vuile was!" verbazing alom
Een klein lachje in zijn antwoord

En dan doe ik "dé was"
En blijkt het grootste deel van zijn "vuile" was nog opgeplooid.

Een paar sokken en een onderbroek blijven trots, en zonder hulp rechtopstaan.

Hij deed toch propere kleren aan om naar huis te komen

Vooruitgang heet dat dan